Wandeling 3
Struikenperkje met toverhazelaar, pad langs de slootkant tot aan de linde, drie kleine eilandje en het groter perkje voor de linde.
In het struikenperkje tussen de vijver en de sloot staan twee boompjes en wat struiken met onderbeplanting.
De wintergroene achterwand is een noodgedwongen combi tussen Portugese laurier en struikkamperfoelie.
De boompjes zijn, links een donkerrood pruikenboompje (Cotinus coggygria ‘Royal Purple’) en rechts een toverhazelaar (Hamamelis intermedia ‘Diana’). In het midden staan kornoeljes (Cornus sanguinea ‘MidwinterFire’).
Op de voorgrond staat een bruinbladige weigelia, voor deze plant is geen andere naam dan de Latijnse (Weigelia floria ‘Foliis Purpureis’).
Dit vak is verder aangeplant met blauw bloeiende baardbloem (Caryopteris ‘Grand Blue’) en wintergroene geelbloeiende dovenetel (Lamium galeondolom ).
Voor een contrasterend winterbeeld is er siergras aangeplant ( Molinia arundinacea ‘Karlfoester’) zo ook een strook winterheide (Erica darleyensis ‘Stieneke’ ).
Dit kleurt een hele winter prachtig met de kale geel/oranje takken van de kornoelje. In februari bloeit de toverhazelaar op het kale hout vuurrood en is het feest kompleet. De heide en de Hamamelis houden van zure grond.
Direct voor dit perk zijn drie eilandjes gemaakt.
Ze zijn aangeplant met een kleine vlinderstruik (Buddleja davidii ‘Nanho’) en een moerassalie (Salvia uliginosa ‘African Sky’).
In het derde eilandje staat een blauw bloeiende Monnikspeper (Vitex ‘Summertime Blues’).
Samen met de blauw bloeiende Caryopteris in het buurperkje, is dit het blauwe hoekje.
Goed voor veel late bloei en allemaal zeer
aantrekkelijk voor insecten en vlinders.
Lopen we verder naar rechts dan komen we een wat groter perkje tegen.
Dit bloemenperkje wordt voor een kwart in beslag genomen door een rotsroosje (Cistus x purpureis ‘Betty Taudevin’). Bloeitijd mei.
Een ander groot stuk wordt in beslag genomen door gele zonnehoeden (Rudbeckia fulgida var. daemii).
Verder in dit perk grootbloemige theehybriden (Rosa ‘Chandos Beauty’) van winner Harkness uit 2005.
Ook in dit perk een monnikspeper (Vitex Agnus-castus), hier staat een baardbloem naast voor wat grijs (blad) in de border (Caryopteris clandonesis ‘Sterling Silverling’) en een rand grijskleurige alsum (Artemisia absintium ‘Lambrook Mist’). De laatste heeft veel last van de enorme hoeveelheden regen die in najaar en winter vallen.
Voor de insecten is de grote wildvorm van de Dropplant (Agastache nepetoides) een feest, de bloei is onopvallend, het silhouet in de wintertuin des te mooier.
Aan de slootkant staat het gewone groothoefblad (Petasitus hybride), deze bloeit traditie getrouw vanaf oudejaarsdag en dan midden in de berm een van de mooiste bloeiende bomen in de tuin een Japanse kornoelje (Cornus Satomi).